GOD LAAT GROEIEN.

    God laat groeien;
Die groeien laat is God.
Waar roos of lelie bloeien.
Waar zaadje of blaadje bot,
Daar staat de naam te lezen,
Waarmeê verblinding spot.
Die groeien laat is God.
Wie zou het anders wezen?
Zijn almacht zij geprezen!
Zijn goedertierenheid
Zij eeuwig lot bereid!

    God laat groeien;
De groote God alleen.
Wij zaaien en besproeien;
Maar wasdom geven? Neen.
Wij vragen, vorschen, zoeken,
In weetlust, nooit gestuit;
Wij vinden namen uit,
En schrijven ze in de boeken,
Maar winden ’t in geen doeken:
„Ook zelfs wat groeien is
„Blijft Gods geheimenis.”

    God laat groeien;
Gezegend al wat GROEIT!
De levensstroomen vloeien
Daar vol en onvermoeid;
De levenskrachten werken
Daar dat men ’t ziet en tast.
Gezegend al wat wast!
Het doet ons God bemerken,
Den Levenden en Sterken,
Die niet slechts HEEFT en GEEFT,
Maar WERKT in al wat leeft.


Ingezonden op: 19 July 2001