GRAIN DE BEAUTÉ.

Quel neo, quel vago neo!
MARINO.
Die Mael, die soete Mael.
HUYGENS.

De vervallen Schoonheid spreekt.

„Ten dage van mijn bloeiend schoon,
„Verdronken in een vloed van rozen,
„Deê ’t zwarte stipjen op mijn koon
 „Die niet dan des te schooner blozen;
„Maar nu ik rimplig ben en oud,
„Nu schijnen de eertijds malsche konen
„Niets dan dien doodsvlek te vertoonen
„Aan die mijn bleek gelaat beschouwt.”

Antwoord.

Zoo gaat het. Wat men gaarn vergeeft,
Als duizend lieflijkheên ’t vergoeden,
Kan voor hard oordeel niet behoeden,
Wanneer het blijft en ze overleeft.
Onze ouderdom komt met gebreken.
Maar niet slechts dit! Het oud gebrek,
Elks aangeboren moedervlek
Doet hij, helaas! te sterker spreken.


Ingezonden op: 19 July 2001