EEN GOEDE RAAD VAN LAVATER.

Vertrouw hem weinig, die te mild,
Met zoeten lach en streelend woord,
Aan Jan en en Alleman verspilt
Een lot, die enklen slechts behoort;

Maar eindloos minder nog den man,
Die altijd rondziet of hij niet
Iets vindt dat hij berispen kan,
En liever schrolt dan hulde biedt;

En allerminst en allerlaatst
Het onverschillig koud gemoed,
Door niets geŽrgerd. niets verbaasd,
Dat enkel trots en twijfel voedt.

Naar ADELAIDE ANNA PROCTER.

Ingezonden op: 19 July 2001