TIJDENS DEN OORLOG. 1870, 1871.

III.

HET SLAGVELD VAN GRAVELLOTTE.

Hoe liggen op de velden
Door de oorlogsplaag vernield,
De wederzijdsche helden
Verwond, verminkt, ontzield!
Als rijpe korenaren,
Na t vlijtig sikkelslaan,
Als dorre en groene blaren,
Na t woeden van d orkaan!

Hier is een hoofd gevallen,
Veel honderd hoofden waard;
Het heeft die duizendtallen
Gerangschikt en geschaard;
Het zag voor duizend oogen;
Het dacht voor heel een heir...
En kogel komt gevlogen
Het ziet en denkt niet meer.

Hier ligt een hart doorschoten,
Aan alle deugden rijk;
Van duizend strijdgenooten,
Geen enkle dien gelijk;
Voor kindren, gade, vrinden,
Oneindig goed en trouw
Gij zult zijn graf niet vinden,
Bedrukte weduwvrouw!

Dees hand, van d arm geslagen,
Die nog voor t laatst vertrok,
Heeft wondren op doen dagen
Uit marmerblok bij blok;
En deze vuist. om t wapen
Bestorven, dat zij droeg,
Won voor een huisvol knapen
Den kost, bij spade en ploeg.

Dees heeft er veel genezen,
Gered uit ziekte en dood;
Die, velen onderwezen,
Die, schafte duizend brood.
Dees zag zich t deel beschoren,
Zoolang met smart verwacht;
Diens zon begon te gloren....
Nu drukt hen ne nacht.

O Mannen, vaders, broeders,
Aan huis en volk zoo nut!
O zonen, van uw moeders
Het sieraad en de stut!
Gij keur en kern van t heden
En hoop der toekomst! Spreekt:
Wie zal uw plaats bekleeden?
Wie komt, waar gij ontbreekt?

Gij kunt geen antwoord geven;
Stil zwijgt gij in uw bloed;
Zooven nog vol leven,
Vol levenskracht en moed.
Gedachten, wenschen, beden,
Scherts, ernst, en luim, en lust,
Op eenmaal afgesneden,
En alles uitgebluscht!

Daar ligt gij onbegraven,
Onkenbaar, wild dooreen;
Reeds zweven kraai en raven
Bloeddorstig om u heen.
Wat baat u, doode helden!
Of dank en lofgeschal
Uw heldendood vermelden
En uitbazuinen zal.

Trompetten, pauken, trommen!
Een nieuwe dag breekt aan.
k Zie nieuwe heldendrommen
Vol geestdrift strijdwaarts gaan.
De hooge vaandels wapperen;
Het schittrend morgenlicht
Blinkt op t kuras der dapperen
Het is een schoon gezicht.

Daar knallen de eerste schoten!
Daar rijst het woest misbaar!
Daar naadren zich en stooten
De legers op elkaar!
 Uit duizend donderslagen
Ontwart zich zegezang!
Maar s Hemels Englen klagen:
Hoe lang nog, Heer! hoe lang ?

Aug. 1870,

Ingezonden op: 19 July 2001