TIJDENS DEN OORLOG. 1870, 1871.

IV.

UITBOEZEMING.
(Na Sedan,)

De Heer regeert! Een beter tijd
Is voor deze aard geboren.
Met bloed en tranen ingewijd,
Komt hij te voorschijn uit den strijd,
Om als een zon te gloren.

Europa zal niet langer aan
Parijs bevelen vragen;
Niet meer aan Franschen leiband gaan;
Een beter licht zal bovenstaan;
Een schooner dag zal dagen.

Daar zal een hart, daar zal een hoofd.
Daar zal een geest regeeren,
Die in den hoogen God gelooft,
En t eindeloos gesnoef verdooft
Van helsche mode-leeren.

De vrucht des denkenden verstands,
De kracht van wijze wetten,
De deugd der vrouw, de trouw des mans,
Der zuivre zeden reine glans
Zal t nieuwe voorbeeld zetten.

De wind zal uit een beter hoek
Langs alle bergen stroomen,
En maken alle harten kloek.
Die sidderden voor ban en vloek
Van een onfeilbaar Romen.

Italia far da se,
Van t Fransche blok ontslagen:
En Spanje, in onrust of in vre,
Beschikt zijn eigen wel of wee,
Naar eigen welbehagen.

De Britsche Luipaard scheeloog vrij;
Zijn hulp is overbodig;
De vrees voor Frankrijk is voorbij;
Het tegenwicht aan de overzij
Der waatren niet meer noodig.

Want de Aadlaar, die nu zweven mag
Op zijn verbreede vlerken,
Houdt alle volken in ontzag
Met dien geduchten vleugelslag,
Waarin hem God blijf sterken.

Hij zal roofgierig zijnen blik
Op vriend noch vreemde vesten,
Geen vrijen lokken in den strik,
Geen vredelievenden met schrik
Opjagen van hun nesten.

Maar onder zijner vleuglen schaw
Wat saambehoort vergaderen,
Bewaken t met zijn oogen trouw,
En weren fel met neb en klauw
Al wie zijn horst durft naderen.


Ook gij, mijn Vaderland! zult vrij,
Zult onafhanklijk blijven;
Mits zich uw hart in t recht verblij
Het is eens dichters profecij,
Die ge in uw boek moogt schrijven.

5 Sept. 1870.

Ingezonden op: 19 July 2001