TIJDENS DEN OORLOG. 1870, 1871.

VIII.

DE HOOFDSTAD DER BESCHAVING.

Een ruige balk, een ruwe plank
Dient wel geschaafd, maar niet te lang;
Verschaaf ze niet tot enkel krullen!
En is die dwaasheid eens verricht
Voorzichtig dan met vuur en licht!
Want waar de vonken vallen zullen.
Ontstaat meteen een laaie gloed,
Waarvan de vlam, niet licht te dooven,
Met helsche schittring stijgt naar boven,
En denklijk groote schade doet.

De „Hoofdstad der Beschaving” is
Geschetst in dees gelijkenis;
Zij schijnt geheel verschaafd te wezen
Tot fraaie krullen, licht en fijn,
Die overal bewonderd zijn
En om haar sierlijkheid geprezen.
Die krullen vatten dikwijls vuur;
Ook zit er harst en olie tusschen;
En siddrend wacht Europa ’t uur
Dat zij niet meer zijn uit te blusschen.

1871.

Ingezonden op: 19 July 2001