TIJDENS DEN OORLOG. 1870, 1871.

XI.

PARIJS IN BRAND.

t Groote Babel zinkt ineen,
Gaat in vlammen op en vonken;
Al zijn pracht heeft uitgeblonken,
Al zijn grootheid ligt vertren.
Wat het krijgszwaard heeft gespaard,
Valt voor oproertoorts en dolken,
Tot een prediking den volken,
Tot een schouwspel voor heel de aard.

Waar is thans uw flonkerkroon,
Trotsche koningin der steden,
Die u knielend hulde deden,
t Hoofd ontblootten voor uw troon?
Wie het waagde tegen u
Woord of vinger op te heffen,
Zou de vloek der wereld treffen
Wie, onschendbre! schendt u nu?

Waar blijft thans de tooverkracht,
Die de koningen verleidde,
Die den volken strikken spreidde,
Allen aan uw voeten bracht?
t Laatste spoor van schoon verdween,
Is afzichtlijkheid geworden,
Sinds de omhelzing woester horden,
Eerlooze! u verdraaglijk scheen.

Dit is aller weg en lot,
Die met veile schoonhen pralen:
Altijd laag, en lager dalen,
Eerst aanbeden, eens bespot!
Eerst vorstinnen, weeldrig, rijk,
En voor vorsten slechts toeganklijk,
Straks van minder lin afhanklijk;
Eindlijk wentlende in het slijk!

Eindelijk vertrapt, verjaagd.
Opgeofferd, prijsgegeven,
Om op t gasthuisstroo te sneven,
Door geen eerlijk hart beklaafgd
Neen! niet dus is t dat gij sneeft!
Doodgegeeseld door uw beulen,
Moet uw lijk op t mijtvuur smeulen,
Dat hun woede ontstoken heeft.

t Groote Babel zinkt ineen,
Gaat in vlammen op en vonken;
Nero zwaait de toorts brooddronken,
Duizend Neros, teelt van Een!
Wat het tachtig jaren lang
Heeft gezocht op al zijn wegen,
Is verworven, is verkregen,
Heeft het nu: ZIJN ONDERGANG.

Volkren! ziet gij over de aard
Ginds die dikke rookwolk hangen,
Telkens door een vlam vervangen,
Die ten hoogen hemel vaart?
Dr, dr bloeide t paradijs,
t Paradijs der booze geesten,
Stad van bloed en gruwelfeesten,
t Hemeltergend wuft Parijs.

God ontfermt zich, en geen wind
Doet de vlammen feller woeden;
Maar, om t vreeslijk vuur te voeden,
IJvren zinloos vrouwen kind!
t Kwaad wil door het UITERST kwaad
 Zich zijn eigen loon verschaffen;
God behoeft het niet te straffen;
t Straft zich zelven en vergaat.

27 Mei 1871.

Ingezonden op: 19 July 2001