TIJDENS DEN OORLOG. 1870, 1871.

XII.

CAESAR TRIUMPHATOR.
Memento hominem esse.

GEDENK EEN STERVELING TE WEZEN!
Verwinnaar, vorst en held!
Uw zegeboog staat hoog gerezen;
Uw lauwer is besteld;
De Jeugd strooit bloemen voor uw voeten,
Al t volk ver heft uw deugd;
De Schoonheid haakt uw blik te ontmoeten;
De Grijsheid beeft van vreugd.

GEDENK EEN STERVELING TE WEZEN!
Toon wijsheid, toon verstand!
Te hoog geloofd, te luid geprezen
Voert op des afgronds rand.
De roem verblindt; de lof doet dwalen;
Verbijstrend is de macht;
Geur uit afgodische offerschalen
Is doodlijk in zijn kracht.

GEDENK EEN STERVELING TE WEZEN!
Verwacht eens stervlings lot!
En wolkjen aan de kim gerezen,
Maakt al uw glans ten spot.
De krans verdort; de wierookwalmen
Vervliegen; t is gedaan;
En, voor het luidst hozannagalmen,
Vangt Kruist hem! Kruist hem! aan.

GEDENK EEN STERVELING TE WEZEN!
Het eind is nimmer ver.
Zij t leven in uw oog te lezen:
De dood treedt naast uw kar.
En wenk! Uw luister is verdorven,
Uw kracht voor goed geknot.
En wenk! De stervling is gestorven;
De Cesar staat voor God.

GEDENK EEN STERVELING TE WEZEN!
Gelukkig, die t bedenkt;
Die t kan gedenken zonder vreezen,
Waar God hem grootheid schenkt;
Wiens innigst hart op keizerskronen
Noch veldheerslauwren teert.
En zich indachtig weet te toonen
Wie rekenschap begeert!

Mei 1871.

Ingezonden op: 19 July 2001