TER GELEGENHEID VAN HET TAALCONGRES TE MIDDELBURG IN SEPTEMBER 1872.

I.

AAN ZEELAND.

Hef Zeeuwsche Leeuw, den breed en kop
En schouders uit de baren,
Schud fier en trotsch de manen op
En laat uw oogen waren
Langs drom bij drom, uit elk gewest
In uwe hoofdstad saamgeprest
Waar, onder roos en palmen,
De blijdste tonen galmen.

Met dien van Holland, u getrouw
Sinds zooveel honderd jaren,
Biedt Vlaandrens Leeuw u thans den klauw,
Bij onze vrede-altaren.
De staatkunst scheidt en scheurt en deelt:
De taal vereenigt, zalft en heelt,
En Cats en Zevecoten
Zijn eeuwig bondgenooten.

O Land van Cats, goed Zeeuwsch, goed rond,
Die t zout en t zoet vereende,
Waar Bellamij het speeltuig vond,
Dat Roosjes dood beweende;
O Bloemhof, rijzende op uit zee,
De vriendengroet, de zegenbee
Van alle Dietsche tongen
Wordt thans u toegezongen.

Uw vette klei zij meer en meer
Met voedzaam goud beladen;
Uw handel bloei, gelijk weleer,
Langs nieuw beproefde paden;
De ronde Zeeuw verandre nooit;
De Zeeuwsche zij zoo schoon als ooit;
En al wat Zeeuwsch is toone
Den glans van t Goede en t Schoone!


Ingezonden op: 19 July 2001