TEGENSTRIJDIG.

t Is om den mooien WEG te doen,
Het frissche groen,
De donkre boomen,
Het wandlen langs den klaren vliet.
t Gezicht van t wisslend bergverschiet
Toch wenscht gij aan te komen.

Gij zijt naar t VADERHUIS op weg,
Door heg en steg;
Veel zwarte wolken ziet gij drijven;
Veel doornen kwetsen u den voet;
t Gezelschap, klaagt ge, is ver van goed,
Aan t beuzlen nu, en straks aan t kijven
Toch is t uw wensch,
Onwijze mensch!
Lang onderweg te blijven.


Ingezonden op: 19 July 2001