AAN CLARA,

OP DEN DAG VAN HAAR VERTREK NAAR OOST-INDIË.

met het Stoomschip „Voorwaarts.”

Vaarwel, mijn dochter, streef met moed
Door zee en vloed
Naar ’t geurig Oosten!
Ga daar eens Echtvriends trouw gemoed
Van ’t uitgerekt verlangen troosten,
En breng mijn Zoon mijn Vadergroet!

Met ons gedachten blijven wij
Het schip nabij,
Dat u mag dragen.
Wij volgen u van zee tot zee,
De weken tellende en de dagen
Met luiden wensch en stille beê.

Wat feest- wat dank-dag zal het zon
Als, na de pijn,
Van ’t machtloos wachten, heimlijk schromen
Ons hart zich ophaalt aan ’t genot.
Der blijde tijding: „Aangekomen —
Gezond — Vereenigd — Dank zij God.”

O spoedig smake ’t ouderhart
Die vreugd, de smart.,
Vergoedende van ’t moeilijkk scheiden.
Vaarwel! Vaarwel! De „Voorwaarts” wacht;
Gods Englen mogen ’t schip geleiden,
Beschermende u, bij dag en nacht.

22 Dec. 1876.


Ingezonden op: 19 July 2001