AFVAL.

Wat afvalt van den hoogen God,
Moet vallen.
Een zelfde schuld: een zelfde lot
Voor allen.
t Gezin, t geslacht, het volk, de staat,
De kleinen en de grooten:
Verlaten wordt wat God verlaat,
God verstoot, verstooten.
Wel hoort men daaglijks stem op stem
Weerklinken:
Geen nood! wij redden t zonder Hem!
Maar die het zeggen zinken.


Ingezonden op: 19 July 2001