ANNAS STERFDAG.

AAN DE BEROOFDEN.
Heb ik u niet gezegd dat, zoo gij gelooft,
gij de heerlijkheid Gods zien zult ?
JEZUS.

Gij hebt Gods heerlijkheid aanschouwd
In t vast gelooven, lijdzaam lijden,
In liefdeblijken duizendvoud
Van t hart, dat zich ter dood moest wijden;
In d uitdruk van dat zielvol oog,
Ten open hemel opgeslagen,
Waar, na een leed van zoo veel dagen,
t Verloste zieltje henenvloog.

Gij zult, gij zult, zoo gij gelooft,
De heerlijkheid van God aanschouwen,
In t geen hij schenkt, ook waar hij rooft
Aan harten, die op hem vertrouwen,,
In troost, als balsem neergevloeid,
In kracht, bij t drinken van uw beker,
In de eedle vrucht, die, zacht maar zeker,
Aan s levens scherpste doornen groeit.

En eenmaal droeve zielen! beidt,
Verbeidt zijn tijd met stil gelooven
Zult gij des Heeren heerlijkheid,
In vollen luister, zien daarboven;
Als de engel, die gij hebt gekweekt,
Die al uw vreugd was hier beneden,
U met een lach zal tegentreden,
Daar waar men van geen scheiden spreekt.

3 Febr. 1874.


Ingezonden op: 19 July 2001