BEVALLIG ONKRUID.

Het veld, waar blauwe korenbloem
En roode klaproos tiert,
Al is het fraai versierd,
Gedijt den bouwman niet tot roem;
Want ieder, die het ziet,
Zegt: hij heeft slecht gewied.

Bevallig onkruid is er veel,
En blinkende ijdelheid,
Die oogen trekt en vleit.
En lof heeft bij het meerendeel;
De wijze gaat voorbij
En zegt: Niet fraai, voor mij.


Ingezonden op: 19 July 2001