AAN DEZEN EN GENEN.

Gij zijt wel mannen van mijn richting,
Maar zijt geen mannen naar mijn hart.
Uw werk is niet tot vredestichting,
En, zij het strijden k verplichting,
Gij doet veel meer, gij tergt en sart.
Gij zijt wel mannen.van mijn richting,
Maar zijt geen mannen naar mijn hart.
Ik mag, ik wil u niet bestrijden,
Maar met u strijden kan ik niet;
Veel liever uw miskenning lijden
En, in de hardheid dezer tijden,
Zijn wat uw soort lafhartig hiet.
Ik mag, ik wil u niet bestrijden,
Maar met u strijden kan ik niet.

2 SAM, 3: 39m.


Ingezonden op: 19 July 2001