AAN MIJNE VRIENDEN

D. M. O.

OP HUN VEERTIGJARIGEN TROUWDAG.

Door geen woestijn hebt gij, dus veertig jaar,
Trouw hand in hand gewandeld met elkaar;
Wel hieldt gij steeds dat Kanan in t oog,
Dat God te zijner tijd u oopnen moog!
Maar kind en kleinkind ziet u vleiend aan
En zegt: Och, blijf nog wat aan dees zij der Jordaan!

Ook ik, wien aan uw feedtelijken disch,
Door hen gelokt, een plaats beschoren is,
Die reeds zoo menig vriend den donkren vloed
Zag overgaan, met diepbedroefd gemoed,
Maar u behield en dankbaar mij verblijd
Dat gij nog blijven moogt en wezen die gij zijt.

Mij dunkt, zoolang gij hand in hand te zaam
Langs d oever treedt, is t blijven aangenaam;
Zoolang u zooveel liefde omringt en bidt
Om uw behoud en langgerekt bezit,
Is t blijven goed, is t blijven t blijven waard
Zoo zij t; dit weet gij toch: het BEETRE is wel bewaard.

Amsterdam.


Ingezonden op: 19 July 2001