EVEN LIEF.

Mijn kleinkroost meerdert vast en klom
Al tot een viertal zonen.
Een aardig meisje leidt den drom
Met rozen op de koonen….
Grootmoeders lieven naam draagt zij —
O worde ’t eene Aleide! —
Een tweetal knapen heet naar mij, —
— Gods zegen ruste op beide!
Twee hebben van den andren kant
Hun waarden naam verworven,
Naar mannen, voor hun vaderland
En huis te vroeg gestorven…
Maar met wat namen, en naar wien
Of wat, zij heeten zouden.
Ik bleef hen even gaarne zien
En evenveel van deze’ als dien,
Van dien als dezen houden.


Ingezonden op: 19 July 2001