IN HET BOSCH.

DICHTER:

Hef aan, hef aan toch, nachtegaal!
Indien ik door dees bosschen dwaal,
Is t om uw lieve stem te hooren!
Laat duif en koekoek niet aan t woord;
Voor die hier gaat en u niet hoort,
Zijn schrede en tijd verloren.

NACHTEGAAL:

Gij dwaas! t is niet voor uw vermaak,
Dat ik mijn zoete zangen slaak,
Ofschoon t uw eigenwaan zoo schijne!
Mijn eenig lied is t lied der min;
Gij zingt het voor uw hartvriendin;
En als Ik zing, is t voor de mijne.


Ingezonden op: 19 July 2001