AAN MIJN WIJF.

WIJF! ik weet geen beter naam,
Waar k u mee kan groeten.
KOOSJE klinkt mij veel te fijn,
Koos te grof; wijf moet het zijn,
Zal het blijven moeten.

WIFMAN, in de aloude taal,
Der Germaansche landen,
WIFMAN is de MENSCH DIE WEEFT,
En de spil van t echtheil heeft
In haar zachte handen.

WIJF, in d ouden Bijbelstijl,
Zegt van den beginne
Niet de vrouw in t algemeen
Of in t afgetrokken, neen!
WEDERHELFT, MANNINNE,

HULPE TEGEN OVER HEM,
Wien zij werd gegeven
Door een goedertieren God
Tot zijn vreugd, geluk, genot,
Leven van zijn leven.

Moet dan dit de naam niet zijn,
Daar ik haar me noeme,
Die dit alles is voor mij,
In wier liefde ik mij verblij,
Op wier trouw ik roeme?


Wip daz muoz iemer sin der wibe hohste name.

WALTHER VON DER VOGELWEIDE.

Ingezonden op: 19 July 2001