TER NAGEDACHTENIS.

Gij stierft, gij daaldet in uw graf;
Een lichtglans merkt uw spoor,
En glinstert voort en laat niet af
Te troosten met zijn gloor;
Een lichtglans, die een denkbeeld geeft,
Van ’t licht, waarbij gij hebt geleefd.

Licht van geloof en liefde en hoop,
Vroeg schijnende om uw hoofd,
Door heel uw aardschen levensloop
Versterkt, en nooit verdoofd.
’t Omstraalde uw stervend aangezicht —
Wij zien u niet dan in dat licht.

Dat smoort de klacht, dat stilt de smart
Dat droogt de tranen af.,
Dat is de balsem voor het hart
De zegen bij uw graf,
Die elk doet zeggen duizendmaal:
„Och dat ook mij dat licht bestraal!”


Ingezonden op: 19 July 2001