AAN PRINSES MARIE.

9 Sept. 1879.

„Hoe lieflijk komt een Rozeknop
Zich aan ’t Oranjeloof vertrouwen!
De Hemel geve er zegen op
En doe ze ons lang vereend aanschouwen.”

Zoo zong mijn hart, een jaar geleen
U toe, als niets uw vreugd mocht deren. (*)
En nu! — ’t Oranjeloof verdween;
De Roze moet haar steun ontberen.

Wie zal, als zich een storm verheft,
Haar zorgzaam schutten en beschermen?
Wie, als de zon te hevig treft,
Zich liefdrijk over haar ontfermen?

Haar blijft de koele, heldre dauw,
Die uit den hemel neer komt dalen;
Die duldt niet dat haar ’t hart verflauw’.
Of dat zij ’t hoofd zou onderhalen.


Ingezonden op: 19 July 2001