STICHTING.

Het was een hooge feestdag
                               Voor t vrome christendom;
De klokken luidden plechtig
                               En noodigden ten dom.
De dom was hoog en statig,
                               Het orgel diep van klank;
Na ernstige gebeden,
                               Kwam zielvol psalmgezang;
De preek was goed en krachtig 
                               Maar ik werd meer gesticht
                               Door uw devoot gezicht.
Daar zat gij, stil en zedig,
                               En sloegt den blik omhoog,
De handen saamgevouwen,
                               Een grooten traan in t oog.
Dat Ootmoed en Vertrouwen
                               Die meerder zijn dan schijn,
Op aarde zijn te aanschouwen,
                               Op aarde t schoonste zijn,
Dat de eelste vrucht der Vroomheid
                               In Eenvoud wordt gekweekt.
Dat hebt gij mij stilzwijgend
                               Door uw gelaat gepreekt.
Dat reine Zielevrede
                               Bij menschen wonen kan,
Daar zong uw helder voorhoofd
                               Den Heer een loflied van.
Dat God de blijdste Hope
                               Aan zacht Geduld verbond.
Dien zegen sprak het lachjen.
                               Om uw gesloten mond.
Ik zou niet durven zweren
                               Dat gij geluisterd hadt,
                               Maar zag dat gij aanbadt.

Ingezonden op: 19 July 2001