AAN DE VERSIERDEN

MET HET METALEN KRUIS.

Op hun jaarfeest, In Augustus 1876,

Als de oogstzon op den akker brandt,
De sikkel weidt door de aren,
Herzaamlen zich in Nederland
Zijn oude heldenscharen.
De zeis des doods ging ook te keer,
En dunde hun geleedren zeer,
In vijf en veertig jaren.

Maar die gespaard zijn, zijn gespaard,
En toonen dat zij leven,
Van de oude geestdrift niet ontaard,
Door de eigen zucht gedreven;
Nog blaakt het heilig vuur hun borst;
Nog is voor Vaderland en Vorst
Een zelfde hart gebleven.

Metalenkruisers! ’t Grijze haar
Siert, met het kruis, u allen.
Nog vijf, nog tien, nog twintig jaar…
Eens zal de laatste vallen.
Dies blijft, voor die nog heden staan,
Het krijgsbevel: „sluit aan! sluit aan!”
Met dubblen nadruk schallen.

Een nieuw geslacht leeft om u voort;
Een derde werd geboren,
Dat nooit de krijgstrom heeft gehoord,
En nimmermeer moog hooren!
Maar wordt zij voor zijn oor geroerd,
Het zij van d’ eigen geest vervoerd,
Die u de borst deed gloren!


Ingezonden op: 19 July 2001