VUURWAPENEN.

Volgens ARIOSTO

(ORLANDO FURIOSO, C. IX EN XL)

Bij ruwe kracht, geweld, en felle listen,
Kwam nog ít geweer, daar de Ouden niet van wisten,
Een ijzren buis van twee el, meer of min ;
Daar brengt men pulver en een kogel in.

Van achtren, waar de koker schijnt gesloten,
Wordt met een lont een gaatjen aangetikt,
Zoo klein, als waar het bloed uit komt gespoten,
Wanneer ít lancet van dí arts u nauwlijks prikt!
Op eenmaal komt de kogel uitgeschotenÖ
ít Is of des hemels donder u verschrikt!
En, even als zijn bliksem, waar hij doorkomt,
Verslaat, verplet, vernielt hij wat hem voorkomt.

De zwarte-kunst beschonk, te kwader uur
Tot eigen doem en onzer aller schade,
Den Duitscher met dit helsche tuig en vuur,
De Booze-zelf kwam zijn vernuft te stade,
En leerde ít hem, door proef en helschen raad,
Het best gebruiken tot het meeste kwaad.

Itaalje, Frankrijk, alle strijdbre volken
Zijn spoedig door dien wreeden vond bekoord
Hier vormt mí, in naar de kunst gegraven kolken,
Het gloeiend brons ten vuurmond; ginder boort
Men ít ijzer tot wat, meer dan zwaard en dolken,
Het menschdom dreigt met uitgebreiden moord.
ít Geschut is zwaar of licht; de namen velen
Van zinkroers en kartouwen (halveí en heelen),

Veldslangen, donderbussen, gootling, bas ó
AI naar ít den vinder smaakt; maar, waar zij raken,
Gelijklijk ít ijzer brijzelend als glas,
En ít marmer gruizlend, om zich baan te maken.
Soldaat! geen dagge of zwaard komt meer te pas.
Verkoop ze vrij als uitgediende zaken!
Voorzie u van een snaphaan, arme vriend!
Daar ge anders uw soldij niet meer verdient.

Hoe zijt ge in menschenhart ooit opgekomen,
Gemeene, schelmsche en allerwreedste vond?
Door u is de eer der waapnen weggenomen;
Door u gaat alle krijgsroem naar den grond;
Door u behoeft de lafste niet te schromen,
En vallen laagste en hoogste te een er stond;
Geen mannenmoed, geen geestdrift mogen rekenen
Dat ze op het veld van eer nog iets beteekenen.

Wie telt de riddren, wie de dappre helden,
Door u alleen in ít bloedig stof gelegd ?
Wie de eedlen, die elkeen voor honderd telden,
Waar natiŽn om treuren, naar het recht
Der smart, die weet wat hooge deugden gelden ?
Gewis, ít is veel, maar niet te veel gezegd,
Zoo ík zeggen durf, dat hier de goddelooste
Het denkend brein gespitst heeft tot het snoodste.

ík Geloof ook, dat de Almachtige in zijn toorne
Een zwaar, een vreeslijk vonnis heeft geveld,
En de gevloekte ziel van dien verloorne
In ít diepst der hel naast Judas heeft gesteld.

Zoo dacht, zoo zong, voor vierdhalfhonderd zonnen,
De zanger van Orlando fel en forsch.
Onze eeuw geeft antwoord met haar Krupp-kanonnen
Torpedoís, Mitrailleuses, Monitors.
MOORDDADIG DOOR MOORDDADIGER TERWONNEN
VERWOESTEND DOOR VERWOESTENDER ó Vermors
O Dichter! thans geen tijd met nutloos zingen ! ó
Ziedaar de vrucht van onze vorderingen.


Ingezonden op: 19 July 2001