ZONSOPGANG.

Ziet men nog starren aan de lucht,
Wanneer de zon begint te stralen,
Voor wie niet slechts het duister zwicht,
Maar alle lichten onderhalen?
De maan verbleekt, geen star houdt stand
Maar t wolkje krijgt een gouden rand.
Hoort men nog zangers, waar het lied
Des meesterzangers op mocht stijgen?
De stoutste zelfs verbreken niet
Het algemeen, eerbiedig zwijgen
Maar om een mond, beproefd door druk,
Verschijnt een glimlach van geluk.


Ingezonden op: 19 July 2001