ZWARE TIJDEN.

Men klaagt en jammert luid,
Men schrurt een bidstond uit,
Men teemt van „nood der kerke”;
Men schrijft, men leest, men praat
Van „crisis in den staat”;
Maar geen, zoo veel ik merke.
Wien ’t diep ter harte gaat.

Men eet, men drinkt, men speelt,
Men kortswijlt en krakeelt,
Leeft weeldrig en wellustig,
Windt zich met boozen kop
Van tijd tot tijd eens op,
Maar slaapt weer even rustig,
En haalt zijn zeil in top.


Ingezonden op: 19 July 2001