MIJN ZWARTE TIJD.

Felix quem faciunt aliena pericula cautum.

’k Heb openhartiglijk mijn „Zwarten tijd” beleden,
Hem niet dien naam benoemd;
Zijn dwaasheid niet verbloemd,
Gezorgd dat anderen, gewaarschuwd, hem vermeden, —
Maar niet tot loon gehad,
Vat iemand hem vergat.


Ingezonden op: 19 July 2001