J . J. VAN OOSTERZEE,

IN DEN VREEMDE GESTORVEN.

(Wiesbaden, 29 Juli 1882.)
Altius egit iter.

HIj ging op reis. Waarheen? Wij dachten dat wij ít wisten,
Maar wisten ít waarlijk niet.
Op eenmaal bleek hoe deerlijk we ons vergisten,
Toen hij zijn reisgenoot verlegen achterliet.

Wat was ít? Zijn BESTE vriend, zijn Heiland was gekomen,
En, ziende ít reiskleed dat hij droeg,
Had hij hem eensklaps meÍgenomen
Naar ít BETER vaderland, daar lang zijn hart voor sloeg.

Nu zien we elkander aan met stil ontroeren;
Maar niemand keurt het af, als doet het pijn;
Want op zijn beurt wenscht elk te zijn
In ít goede land, waar hij zich heen liet voeren.


Ingezonden op: 19 July 2001