AL TE FEL.

„Dat gij mij liefbebt, weet ik niet,
„En wil er niets van weten;
„Zoo gij ’t mij toezingt in een lied:
„Ik zal dat lied vergeten.

„Zoo gij mij zendt uw beeltenis:
„Ik zal dat beeld verscheuren;
„En„ zegt men dat dit jammer is:
„Ik zal het nooit betreuren.

„Indien ik hoor: hij maakt het hof
„Aan een der schoonste schoonen:
„Ik zal uitweiden in haar lof
„En mij verheugd betoonen.

„En dreigt gij mij: „ „Ik ga naar West
„ „Of Oost, om Dooit te keeren!” ”
„Zoo zal ik zeggen: Opperbest!
„En wel te diverteeren!”

Zoo sprak ze, en dacht ze meende ’t wel,
Als honderdduizend vrouwen.
De minnaar dacht: „’t Is al te fel,
Ik meen maar vol te houen.”


Ingezonden op: 19 July 2001