CASUSPOSITIËN.

Wat nood is ’t mijn gemoed met vragen te doorwoelen:
„Zoo dit gevorderd wordt, zoo dat met u geschiedt,
„Zult gij de kracht er toe bezitten, al of niet?”—
Den plicht kan ik altijd, de kracht eerst dan gevoelen,
Als ’k haar behoeven zal, omdat de plicht gebiedt.


Ingezonden op: 19 July 2001