GEEN NOOD.

De God, door wien wij leven,
Op wien wij ons verlaten,
Zal ons niet overgeven
Aan menschen die ons haten;
Hij zal ons niet doen bukken
Voor zorgen, die ons drukken,
Voor rampen, die ons dreigen;
Daar zijn geen ongelukken
Voor hen, tot wie in gunst zich godlijke oogen neigen.

Daar s troost bij iedre smarte
Daar s kracht tot alle lijden
Zoolang t geloovig harte
In God zich kan verblijden.
Maar alles is verloren
En alles gaat bezwaren,
Waar t hart zijn God laat varen,
t Geluk is slechts beschoren
Aan hen, wier oog op God, als op hun God blijft staren.


Ingezonden op: 19 July 2001