BIJ HET GRAF

EENER ZEVENENTACHTIGJARIGE.

Na tienmaal acht en zeven jaren,
Is hier dan t einde van de reis!
De school des levens had haar eisch;
Niet langer moest de dood haar sparen.

Drie Zusters, voor den troon van t Lam
Haar voorgegaan sinds vele dagen,
Behoeven langer niet te vragen,
Of zij, ook zij, niet eindlijk kwam ?

Een liefde, tot den dood getrouw,
Deed in den dood haar uitgeleide,
Gerust, dat wat de grafkuil scheidde
De hemel weer vereenen zou.

Zij oogt haar na met kalm gelaat.
Bij zacht herdenken, stil verwachen,
En houdt maar altijd in gedachten
Dat eerlang ook haar uurtje slaat.

Och. ieders uurtjen is bepaald;
Geteld zijn alle onze oogenblikken;
Gelukkig die, als de avond daalt,
Niet schroomt de klok te hooren tikken.


Ingezonden op: 19 July 2001