LOF DER VROUWEN.

Le donne antique hanno mirabli cose
Fatto nell arme e nelle sacre muse; etc.
Orl. Fur. XX. 1, 2, 3.

De vrouwen hebben oulings groote dingen
Bestaan op t oorlogsveld, in t muzenkoor.
Haa;r schoon bedrijf zien wij een glans omringen,
Die schittren mag de gansche wereld door.
Camilla en Harpalice verdringen.
Om de eerepalm. elkaar in t heldenspoor;
Corinne en Saffo, groote geesten boven
Veel mans! niets zal uw luister ooit verdooven.

De vrouwen blonken schittrend t allertijd
In iedre kunst daar zij haar hart aan gaven:.
Elk, die een uur in t oud geschiedboek slijt,
Ziet overal haar faam en grootheld staven, ..
Scheen t anders in een later eeuw, t verwijt
Treff slechts de blinden voor haar geest en gaven.
t Was domheid bij de schrijvers, of misschien
Jaloerschheid, die maar liever niet wou zien.

Maar wie ontveinst zich dat, in onze dagen,
Zooveel verdienste in eedle vrouwen blinkt,
Dat ieder volgende eeuwkring zal gewagen
Van namen. nu geboekt met gulden rukt?
Vergeefs vergeefs, zoo booze tongen knagen
Aan t geen verrukt en tot bewondring dwingt.
[Schwartze ! uw penseel, Toussaint! uw zwaneveder]
Richt u een eerzuil op wie werpt die neder?


Ingezonden op: 19 July 2001