MICHEL ANGELOíS

La forza díun bel volta al ciel mi sprona.

Kracht van een schoon gelaat kan mij ten hemel sporen;
Een andren hemel geeft mij de aarde niet te zien;
ík Proef wat een zaalge smaakt, tot eeuwig heil verkoren;
Een godsgunst, die maar schaars eení stervling mag geschiÍn.

Zoo innig stemt hier ít werk met Hem, die ít bracht te voren,
Dat heel mijn wezen zich van dat verheft tot Dien;
Al wat mijn hart doorkruist, al wat mijn mond doet hooren,
Wordt door het schoon beheerscht, dat ík siddrend blijf bespiÍn.

Waar een schoon oogenpaar mijn blik vermag te boeien,
Wat wijst het mij dan ít pad, waarop ik God ontmoet?
Zoo ík door hun rein en gloor mijn binnenst voel ontgloeien,
Wat is ít dan dat mijn oog, in ít tintlen van dien gloed,
Iets van de vreugd ziet, die den hemel lachen doet?


Ingezonden op: 19 July 2001