MIJ DUNKT DAAR KLOPT GEEN JONGER HART

Mij dunkt, daar klopt geen jonger hart
In iemands borst dan t mijn,
Ofschoon ik oud en ouder werd
En duf en suf kon zijn
Nog niets ter wereld Iaat mij koel,
En altijd voel ik wat ik voel
Nog even sterk en fijn.

Een lief gelaat, een zoet geluid,
Een vriendlijk oogenpaar
Werkt nog in mij niets anders uit
Dan voor ruim vijftig jaar;
Op d aanblik van waarachtig schoon,
Op t hooren van een hartetoon,
Trilt nog dezelfde snaar.

Schoon hij zijn helder hoofd behoudt
En weinig krachts verliest.
Die man wordt oud, wiens hart verkoudt,
Wiens zielsgevoel bevriest!
Ook. die ontijdig zich onttrekt
Aan wat de Jeugd des harten rekt
En t heilig vuur tot voedsel strekt;
Die oud te zijn verkiest.


Ingezonden op: 19 July 2001