ONWEERSTAANBAAR.

Quantumque debil freno. etc.
Orl. Fur. XI. 1.

Een toom, hoe zwak ook, heeft wel dikwijls t vurigst paard,
In t midden van den ren, gestuit en halt doen maken;
Doch zelden heeft de kracht der Reden hier op aard
d Ontvlamden Hartstocht zijn voldoening doen verzaken,
In t gunstig oogenblik, hem meer dan alles waard.
De Beer die, op haar rand, een druppel slechts mocht smaken,
Wiens neus den zoeten geur van d inhoud binnenkreeg,
Omarmt de honigkuip, duikt in en zwelgt ze leg.


Ingezonden op: 19 July 2001