T POTISCH OOR.

Gij toetst en recenseert gedichten;
Maar hebt gij t oor voor pozy?
Om met rechtvaardigheid te richten,
Hoort dat er wel een weinig bij
Ook zonder muzikaal gehoor
Kan t spel der tonen iemand roeren;
Maar als een kenner t woord te voeren
Kan, zonder dat, er moeilijk door.

Ach, menigeen die vonnis spreekt
Met zelfbetrouwend stemverheffen
Is niet bij machte te beseffen
Wat hem, bij t geen hij heeft, ontbreekt.
Hij heeft vernuft en spreekt met macht,
Door ieder die hem leest bewonderd,
Het gild der dichters uitgezonderd,
Dat om zijn hoogwijze onzin lacht.

Gij, die uzelv een oordeel gunt,
Lees, lees mij verzen, en t zal blijken
Of gij een deugdlijk vonnis strijken.
Of zelfs niet deugdlijk hooren kunt;
Of gij den zang in t dicht gevoelt,
t Gevoel des dichters na kunt voelen,
Beseffen wat de toon bedoelt,
Of slechts uw mond met woorden spoelen.


Ingezonden op: 19 July 2001