RAADSELS

Uit het Fransch.

I.

Mijn lijf is saamgesteld uit enkel lange graten;
Ik ben mijn leven lang vel over been geweest;
k Blink in gezelschap uit; elk vreest me thuis te laten,
En t kan zoo warm niet zijn of k draaf van feest tot feest.
Waar ik me ontspan, daar geef ik andren groot genoegen;
Ik weet me, in plooi bij plooi, naar ieders wensch te voegen:
Een enkle zenuwdraad vereenigt al mijn len,
En t scheidt of schaadt ze niet. al gaan zij vaak uiteen.
Ik kan niet bogen op de omzichtigheid der slangen,
Maar soms verwissel ik, gelijk de slang, mijn huid;
En heeft de nieuwe tooi den ouden dos vervangen,
Geen mensch herkent mij meer, zoo nieuw zie ik er uit.

II.

Men kan mij krijgen voor een mijt;
Maar heeft men mij, t kost zorg en tijd;
Die mij verliest, verteert van spijt;
En wint men mij, men is mij kwijt.

III.

Gerieflijk, maar vreemdsoortig vriend,
Die, schoon t in strijd met alle leer is,
Tehuisblijft, als de zon ons dient,
En voor ons opkomt, als t slecht weer is.


Ingezonden op: 19 July 2001