TIJDEN EN WEERTIJDEN.

Vien tempo pol.
Orl. Fur. XXXVII. 110.

De Bergstroom, door gestage regenvloeden
En sneeuw die smolt, ontzettend, rijst, en zwelt
Hoogmoedig op, bruist dondrend neer; zijn woeden
Sleept wouden mee en spaart geen oogst op t veld.
Maar daarna komt, eer angst en schrik t vermoeden,
Een tijd, die aan die stoutheid palen stelt.
Een kind, een vrouw doorwaadt hem, zonder schromen,
En vaak zal t nat niet eens tot de enkels komen.


Ingezonden op: 19 July 2001