DAAR IS IETS TINTLIGS IN DIE OOGEN.

Daar is iets tintligs in die oogen
Iets donnigs op die rozewang’;
Daar gloort iets wonders op de tippen
Dier vriendlijk lachelende lippen
Bereikbaar door penseel noch zang.
Daar klopt een hartjen in dien boezem
Zoo vol gevoel, zoo zacht en goed,
Zoo rein in wenschen en begeeren,
Zoo buigzaam voor den wil des Heeren
Dat die het kwetsen kon of deren,
Zichzelf geheel verachten moet.


Ingezonden op: 19 July 2001