AAN EEN ZESTIENJARIGE.

In dank voor haar beeltenis.

De eene dienst is de andre waard.
’k Heb uw lief gezichtje:
Wel, zoo dient de lier besnaard
Voor een dankbaar dicht je.
Want een dichtje moet het zijn,
Aardig vleiend maagdelijn,
Zoo ik mij zal voegen
Naar uw „groot genoegen.”

Nonnie staat nog aan ’t begin
Van haar jeugdig leven,
Nonnie ziet het vroolijk in;
Blijde lachjes zweven
Om haar on-betrokken mond,
En haar oogjes gaan in ’t rond
Met die heldre blikken,
Die een hart verkwikken.

Nonnie-lief, geniet uw jeugd,
Smaak uw jonge jaren;
Moge ook laatre levensvreugd
Rijklijk u weervaren.
„Treed op” — ’t is het oude lied —
„Rozen, en vergeet mij niet.”
Wil ook niet vergeten
Wien gij ’t dank moet weten.


Ingezonden op: 19 July 2001