BIJ EEN BEELTENIS.

Maal deze niet, of maal haar met dien lach,
Dien glimlach, die haar schoonheid is, haar ziel.
Hij zag haar niet, die zonder dien haar zag;
Hij krijgt haar lief, wien die te beurte viel.
Die zonneschijn-alleen brengt aan den dag,
Wat zedigheid aan uwen blik onthiel.
Al wat haar goeds en liefs door t harte gaat
Straalt, in dien glans, van t anders koud gelaat.


Ingezonden op: 19 July 2001