Wat eiloofranken, trouw festoen
Voor dorre linde en iepelaren,
Wat steekpalm, tuya, sparregroen,
Dat droge naalden biedt voor blaren:
Daar moet, in ’t koud en laatst seizoen,
Het de uitgebloeide hof mee doen,
Om nog wat levens te openbaren.
Verwacht den storm, die ’t boompje knakk’,
Het eiloof scheur’ van stam en tak,
De sneeuw, die ’t al zal dekken,
En tot een lijkwâ strekken!


Ingezonden op: 19 July 2001