OP DE EERSTE BLADZIJDE

VAN EEN

GEDENKBOEK.

Zoo wie, op vriendelijk verzoek.
Zijn naam wil schrijven in dit boek,
Die doe t van harte en zonder dralen;
Een woord in proze of pozy
Verhoogt de gunst en haar waardij,
En t hart zal haar met dank betalen.
Men zal, zoo vaak men t Schrift herleest,
Het Beeld herroepen voor den geest,
En met erkentlijkheid herdenken,
Wat elk door daden, woord of wenken
Voor zijne vrienden is geweest.
t Verrassend van een eerst ontmoeteu,
Te zaam gesmaakte vreugd of smart,
Een zitten aan elkanders voeten,
Een weerzijdsch opengaan van t hart;
De zoete kout; het gul vertrouwen;
Een woord van ernst ter rechter tijd;
Een woord van jok, niet ingehouen
Door vrees voor misverstand of spijt;
De warme druk der band bij. t scheiden;
De blijde hoop (bewolkt misschien
Door bange zorg) op wederzien:
Ziedaar waarin de Erinnng weiden,
Waarbij de Liefde stil zal staan,
Met hier een glimlach, dr een traan.

Wat eigen hand hier neer zal schrijven,
Hangt aan de Ervaring, hangt aan t Lot.
Het beste zal wel tusschen God
En eigen ziele blijven.


Ingezonden op: 19 July 2001