WAT IN DEN GRIJSAARD OMGAAT,

 De Grijsaard, die een beeldschoon aangezicht,
Den zachten straal die uit lieve oogen licht,
Het glansrijk goud van rijke en blonde lokken,
De aanminnigheid van t vriendlijkst wezen ziet,
Gevoelt in zich de wondre ontroering niet,
Die jonger hart, vaak al te diep, kan schokken;

Maar eerbied voor de zuivre maagdekroon
Ontzag: voor t vol, nog onbeschadigd schoon,
Verteedring voor een jong en argloos leven,
Onzekerheid van t lot het voorgezet,
Brengt over hem een stemming van gebed
Een biddend hopen en een liefdrijk beven.


Ingezonden op: 19 July 2001