HERFSTPRAAL.

Pronk in uw najaarspracht,
Goud en oranjedracht,
      Sieraad van t bosch!
t Lichtgroen op t lentefeest
Is niet zoo schoon geweest,
En ook uw zomerdos,
      Glanzig en dicht,
Schitterde in t zonnelicht
Niet met zoo rijk een gloed,
Als het dit herfstkleed doet 
      Maar wees niet trotsch!
Daar hoeft geen noodorkaan
Tegen u op te staan,
Die u den kranken tooi
Wreed van de leden scheur,
Woest van de lenden vaag,
Wild over t veld verstrooi;
Daar hoeft geen regenvlaag,
Die al uw gloed en kleur
Uitwisch, en doe vergaan
      t Hachlijke mooi.
Spare u geweld en macht:
t Vorst je van nen nacht,
Pronk zonder pit of kracht!
Nadert u stil en zacht
      Maakt u zijn prooi.
October 1886.

Ingezonden op: 19 July 2001