MEEDEELEN.

 I.

De dichter, die het schoone ziet,
Moet wat zijn hart gevoelt in andren overgieten;
Zijn stil geluk voldoet hem niet;
Er in doen deelen is t genieten.

II.

Gevoelen doen is meer dan zelf gevoelen,
En zalig te gevoelen dat gij t moogt.
t Ontgaat wie, boven dit, op roem of voordeel doelen,
Maar t eerloof valt hem toe, die niet dan dit beoogt.


Ingezonden op: 19 July 2001