AAN EEN MISTROOSTIGE.

Met uw vreugde, werd uw kracht
Ingeboet;
Ach, daar zit gij, zonder macht,
Zonder moed,
Tot een troost, zoo goed als groot,
U verkwikt,
En geen leed meer krenkt, geen nood
Meer verschrikt.

Ga dan tot den Trooster uit,
Die u wacht,
Die zijn armen u ontsluit!
Zie hij lacht,
Lacht u tegen, peilt uw smart,
Uw verdriet;
Stort u aan zijn godlijk hart;
Wanhoop niet.


Ingezonden op: 19 July 2001