ONZIJN.

Och, was daar in uw dof gemoed
Iets dat naar hooger trok te wekken,
Een vlam die uitsloeg of een gloed
Voor wat het waar, te ontdekken!
Maar nu gij hart toont noch gevoel.
Voor elk en alles even koel,
Is daar niets goeds te wachten
Van uw onnutte krachten.

Ik mag u van een slordig zwijn
Of dartlen wulp den naam niet geven
Maar toch, geen mensch-, maar dierlijk zijn
Is uw verloren leven.
Hoe lang reeds? Twintig? Dertig jaar?
Verzwijg het maar!
t Deed pijn aan die t vernamen;
U brengt het niet tot schamen.


Ingezonden op: 19 July 2001