PENSEEL EN BEITEL.

Waar wit en rood de schoonheid maakt,
Het gloedje dat in t oogje blaakt
Het goud of git om blanke. slapen,
Het rozemondje, t hagelwit,
Ontdekkende van t gaaf gebit
En als tot lach en kus geschapen:

Daar grijp de Schilder naar t penseel,
En doe t lief voorwerp op t paneel
In al zijn glans en frischheid pralen
Verzekerd dat zijn fraai portret,
Elk zinlijk hart in vlammen zet
Als t uit zijn gulden lijst zal stralen.

Maar waar de schoonheid van t gelaat
In t eedle van den vorm bestaat
In d eenvoud van zijn grootsche trekken
Waar de adel van een fiere ziel,
Zich uitdrukt in t volmaakt profiel,
Om eerbied en ontzag te wekken:

Daar is het schildren niets gedaan,
Daar grijp de Kunst den beitel aan,
En doe in t reinste marmer blinken
Wat meer dan marmer waardig is,
Waarbij wat kleur hoeft en vernis,
Met al zijn liefs, in t niet moet zinken.


Ingezonden op: 19 July 2001